ECLI:NL:PHR:2017:86
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan verduistering door rechtspersoon
De verdachte werd door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens feitelijk leidinggeven aan verduistering door [A] B.V. in de periode van december 2007 tot juli 2008. Het hof stelde vast dat de vennootschap geldbedragen van beleggers wederrechtelijk had toegeëigend, terwijl slechts een beperkt deel van de gelden conform contractuele afspraken werd besteed aan de aankoop van life settlements.
De verdediging voerde aan dat het geld eigendom was van de vennootschap en dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat sprake was van wederrechtelijke toe-eigening. De Hoge Raad oordeelde dat ondanks het eigendomsoverdracht door de obligatielening, het geld juridisch nog steeds toebehoorde aan de beleggers en dat het handelen in strijd met de contractuele doelbinding als wederrechtelijke toe-eigening kwalificeert.
Voorts bevestigde de Hoge Raad het oordeel van het hof dat de verdachte feitelijke leiding had gegeven aan de verduisteringen, mede gelet op zijn zeggenschap en het bewust nalaten van maatregelen om de verduistering te voorkomen. Het cassatieberoep werd verworpen wegens falen van de middelen.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; verdachte blijft veroordeeld voor feitelijk leidinggeven aan verduistering met gevangenisstraf.