De rechtbank was van oordeel dat er geen steun in het dossier te vinden is voor de stelling dat [betrokkene 1] de agressor was. Echter, [betrokkene 1] was erg onder invloed en heeft geen idee meer wat er is gebeurd. [verdachte] heeft direct zijn verhaal gedaan bij de politie en de getuige hebben de aanleiding van het incident niet gezien, noch gehoord, dus de verklaring van cliënt blijft overeind.
U wordt verzocht hem vrij te spreken van het ten laste gelegde, dan wel te ontslaan van alle rechtsvervolging.”
4.3. Tijdens de behandeling in hoger beroep heeft de verdachte nog het volgende verklaard:
“Op 29 juli 2012 was ik omstreeks 1.30 uur op de Bloemenmarkt in Amsterdam. Ik zat daar op een bankje met twee dames. Ik zat in het midden. Opeens kwam er een man voor mij staan, die mij bij de keel greep. Ik had hem nog nooit eerder gezien. Hij mompelde wat, kwam op mij af en probeerde mij te slaan. Ik probeerde op te staan. Deze man kwam vanuit het niets. Het was een verassing voor mij.
Hij probeerde mij een vuistslag te geven. Ik zag dat hij een gebalde vuist had toen hij mij probeerde te slaan. Hij stond vlak voor mij. Met enige moeite lukte het mij om op te staan van de bank. Ik wilde mij losmaken van de man. Ik deed dat in een reflex. Ik kreeg het benauwd.
Ik heb daarna mijn fiets gepakt. Ik heb de man niet geslagen. Ik heb hem ook niet opzettelijk geduwd. Ik wilde weg, omdat ik niet van ruzie houd. De meisjes van het bankje zijn ook weggelopen. Ik houd niet van rare mensen. De fiets stond niet zó ver van waar ik zat.
Ik heb niet gezien dat de man op de grond viel. Ik heb helemaal niet op hem gelet. Ik ben gewoon weggegaan. Ik vond hem agressief. Ik heb niet gemerkt dat hij dronken was.
U houdt mij voor dat anderen hebben gezien dat er een vechtpartij was tussen mij en die man. U houdt mij verder voor dat deze man, [betrokkene 1] genaamd, buiten bewustzijn is geraakt, op de grond is beland en daar letsel aan over heeft gehouden, een fors blauw oog, een snee onder het oog en een blauwe plek op het achterhoofd en een zwelling.”
4.4. Met betrekking tot het beroep op noodweer(exces) heeft het hof het volgende overwogen:
“
Bespreking beroep op noodweer(exces)
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, dan wel te worden ontslagen van alle rechtsvervolging op de grond dat hij heeft gehandeld uit noodweer dan wel noodweerexces. Daartoe is gesteld dat het handelen van de verdachte noodzakelijk en geboden was vanwege de door hem beschreven gedragingen van de aangever, te weten dat die, terwijl hij dronken was, de verdachte naar de keel heeft gegrepen en hem heeft geslagen. Hierop heeft de verdachte de man van zich afgewerkt door middel van een duw.