Conclusie
middelklaagt over de afwijzing van het verzoek tot het als getuige horen van twee verbalisanten. Gesteld wordt dat het hof bij die afwijzing een onjuiste maatstaf heeft toegepast, of de juiste maatstaf niet goed heeft toegepast, dan wel die afwijzing niet begrijpelijk of niet voldoende heeft gemotiveerd en is vooruitgelopen op hetgeen de getuigen zouden verklaren.
1. [verbalisant 1], agent van politie Haaglanden, dienstnummer [001]
2. [verbalisant 2], agent van politie Haaglanden, dienstnummer [002]
Ervan uitgaande dat de persoon die op de motorfiets reed een helm droeg (waarvan het tegendeel niet blijkt), is de herkenning van cliënt aan de zijkant van zijn gezicht onbetrouwbaar. Door het dragen van een helm is hooguit de onderkaak zichtbaar. Daarmee is de ambtshalve herkenning van cliënt niet onderbouwd en oncontroleerbaar. Daarom is er geen sprake van een redelijk vermoeden van schuld dat cliënt de bestuurder van de gele motorfiets zonder kenteken was en bestond er geen bevoegdheid voor verbalisanten om de woning te betreden.
Dan resteert een onbetrouwbare herkenning van cliënt en de verklaring van verbalisanten dat zij vanuit de poort een gele motorfiets in de woonkamer zagen slaan. Daaruit kunt u niet de overtuiging bekomen dat cliënt die betreffende dag op een gele motorfiets heeft gereden zonder kenteken, zonder helm en zonder rijbewijs en dient vrijspraak te volgen voor beide ten laste gelegde feiten.
Als het namelijk klopt dat de motorfiets niet via de achterzijde de woning in kon, dan klopt de waarneming van de passanten niet. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] verklaren immers dat onbekend gebleven passanten vertelden dat de bestuurder van een bromfiets een poort ingegaan was en zij wezen richting een deur, die leidt naar de tuin van de woning van cliënt. Als de motorfiets niet via de achterzijde de woning in kan, dan moet de motorfiets via de voordeur naar binnen zijn gegaan, hetgeen tegenstrijdig is met de waarneming van de passanten zoals opgenomen in de verklaring van de verbalisanten.
Tevens handhaaf ik het verzoek om verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] te horen. Ik wens deze getuigen te bevragen over de ambtshalve herkenning van cliënt en de binnentreding van de woning van cliënt.
Hun verklaring is noodzakelijk voor enig door uw Hof te nemen beslissing, te weten de bewijsvraag en de rechtmatigheid van het hele onderzoek.”
(…)
De voorzitter deelt mede dat het hof het voorwaardelijke verzoek tot het laten opmaken van een aanvullend proces-verbaal door de verbalisanten afwijst. Het toepasselijke criterium voor dit verzoek is het noodzakelijkheidscriterium. De noodzaak hiertoe is, mede gelet op de onderbouwing van het verzoek enerzijds en de inhoud van het dossier en voorts het hiernavolgende anderzijds, niet gebleken.