Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
23 juni 2015.
Hoge Raad
Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 29 november 2013. De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, waarop de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman van verdachte heeft hier schriftelijk op gereageerd.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan (voorzitter), Y. Buruma en V. van den Brink en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 23 juni 2015. Het beroep wordt verworpen, waarmee het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen, het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.