Conclusie
3.Het eerste middel
4.Het tweede middel
De verklaring van de verdachte
Het oordeel van het hof
Bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld tot 16 jaar gevangenisstraf wegens gekwalificeerde doodslag en diefstal met geweld. Het slachtoffer, een alleenstaande, mindervalide 72-jarige vrouw, werd meermalen met een mes gestoken en van haar waardevolle sieraden beroofd. De verdachte had het mes bij zich toen hij de woning betrad en verkocht later de sieraden aan een juwelier.
De verdediging verzocht om nader onderzoek naar onder meer de messen, bloedsporen en haren, stellende dat mogelijk een derde de steekwonden had toegebracht. Het hof wees deze verzoeken af wegens gebrek aan noodzaak en voldoende bewijs dat de verdachte de dader was, mede ondersteund door camerabeelden en getuigenverklaringen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de juiste maatstaf hanteerde bij de afwijzing van nader onderzoek en dat het oordeel over de bewezenverklaring niet onbegrijpelijk is. De strafmotivering, inclusief de overwegingen over de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het recidiverisico, is volgens de Hoge Raad begrijpelijk en voldoet aan de wettelijke eisen.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de veroordeling tot 16 jaar gevangenisstraf ongewijzigd blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de verdachte tot 16 jaar gevangenisstraf voor gekwalificeerde doodslag en diefstal met geweld.