ECLI:NL:PHR:2017:400
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep beslagene inzake verschoningsrecht
In deze zaak staat het verschoningsrecht centraal in een beklagprocedure over geheimhouderstukken. De beslagene, die niet verschoningsgerechtigde is, heeft een klaagschrift ingediend tegen een eerdere beslissing van de rechtbank Gelderland die zijn klaagschrift deels niet-ontvankelijk verklaarde en deels gegrond. De verschoningsgerechtigde heeft eveneens een klaagschrift ingediend in dezelfde zaak.
De Hoge Raad heeft in een samenhangende zaak het cassatieberoep van de verschoningsgerechtigde verworpen, waardoor het oordeel in die beklagprocedure onherroepelijk is geworden. Op grond van deze onherroepelijke beslissing moet het belang van de beslagene bij het beklag worden ontzegd, omdat alleen de verschoningsgerechtigde het recht heeft om zich op het verschoningsrecht te beroepen.
De Hoge Raad concludeert daarom dat het cassatieberoep van de beslagene niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dit volgt uit de artikelen 98 en 218 van het Wetboek van Strafvordering en eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad uit 2015 en 2016. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep van de beslagene.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de beslagene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verlies van belang bij het beklag.