Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
Nidera Handelscompagnie [2] heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) geoordeeld dat de Identificatie geen handeling vormt die het recht op aftrek van omzetbelasting doet ontstaan. Belanghebbendes eerste cassatiemiddel berust dan ook op een onjuiste rechtsopvatting en faalt derhalve.
3.Het geding bij de Rechtbank
4.Het geding in cassatie
eerste cassatiemiddelkomt belanghebbende op tegen punten 3.3 en 3.5 van de bestreden uitspraak, waarin de Rechtbank heeft overwogen dat de mededeling dat geen btw-nummer wordt toegekend niet kan worden gelijkgesteld aan een weigering btw-teruggaaf te verlenen, respectievelijk dat de Brief moet worden opgevat als het enkel verstrekken van een inlichting en geen voor bezwaar en beroep vatbare beslissing is.
eerste cassatiemiddelvalt uiteen in een drietal onderdelen.
hoofdstuk 5.
tweede cassatiemiddelbestrijdt belanghebbende het oordeel van de Rechtbank dat het intrekken van het btw-nummer door de Inspecteur niet een voor bezwaar vatbare beslissing is.
tweede cassatiemiddel behandel ik in
hoofdstuk 6.
eerste cassatiemiddelvan belanghebbende merkt de Staatssecretaris op dat het intrekken van een btw-nummer niet is gericht op een weigering btw-teruggaaf te verlenen. Indien belanghebbende meent recht te hebben op een teruggaaf, kan hij hiertoe een verzoek indienen op grond van artikel 31 van Pro de Wet OB, aldus de Staatssecretaris. Op een zodanig verzoek wordt ingevolge lid 8 van dat artikel bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist.
tweede cassatiemiddelvan belanghebbende wijst de Staatssecretaris erop dat artikel 214 van Pro de Btw-richtlijn de lidstaten niet verplicht eenieder te identificeren, maar slechts belastingplichtigen die voldoen aan lid 1, onder a, b of c van artikel 214 van Pro de Btw-richtlijn. Een direct beroep op artikel 214 door Pro een individuele belanghebbende teneinde aftrek van voorbelasting te verkrijgen is volgens de Staatssecretaris niet mogelijk. Een belastingplichtige kan zijn recht op aftrek wel via artikel 31 van Pro de Wet OB effectueren (zie punt 4.10).
5.Effectuering van het recht op aftrek van voorbelasting
b), aan de BTW zijn onderworpen of die het in artikel 3, lid 3, bedoelde keuzerecht uitoefent zijn intracommunautaire verwervingen aan de BTW te onderwerpen;
Nidera Handelscompagnie. Het HvJ overwoog:
Bulicke [19] ) dat bij gebreke van Unierechtelijke procesregels, zoals te dezen, het een aangelegenheid is van de interne rechtsorde van elke lidstaat de bevoegde rechterlijke instanties aan te wijzen en de procesregels vast te stellen voor vorderingen die worden ingediend ter bescherming van de rechten die de justitiabelen aan het Unierecht ontlenen, voor zover die regels niet ongunstiger zijn dan die welke voor soortgelijke nationale vorderingen gelden (gelijkwaardigheidsbeginsel), en voor zover zij de uitoefening van de door de rechtsorde van de Unie verleende rechten niet onmogelijk of uiterst moeilijk maken (doeltreffendheidsbeginsel). [20]
Bulicke, een Duitse zaak over een vordering tot schadeloosstelling wegens discriminatie bij een sollicitatieprocedure, overweegt het HvJ met betrekking tot het gelijkwaardigheidsbeginsel het volgende:
6.Identificatie van belastingplichtigen
Salomie en Oltean [33] was (onder meer) de verenigbaarheid van het Roemeense recht met artikel 214 van Pro de Btw-richtlijn aan de orde. Op grond van het Roemeense nationale recht kon een particulier die te laat als btw-plichtige was geïdentificeerd, het recht op aftrek van voorbelasting pas uitoefenen nadat hij zich had geïdentificeerd en een belastingaangifte had ingediend. De verwijzende rechter stelde de vraag of een belastingplichtige het recht op aftrek van voorbelasting kon worden geweigerd, enkel en alleen om het feit dat hij op het tijdstip waarop die diensten zijn verricht, niet voor btw-doeleinden was geregistreerd.
tweede cassatiemiddelfaalt derhalve.
HR BNB 2012/22 [35] heeft de Hoge Raad geoordeeld dat in het geval waarin tegen een ingevolge de belastingwet genomen besluit geen beroep op de belastingrechter is opengesteld, de adressaat van dat besluit een vermeende schending van het Unierecht aan de orde kan stellen bij de burgerlijke rechter (actie uit onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 van Pro het BW). [36] Het is dan aan die rechter de door het Unierecht vereiste graad van rechtsbescherming te waarborgen. Nu de intrekking van een btw-nummer een ingevolge de belastingwet genomen besluit is dat noch een belastingaanslag, noch een voor bezwaar vatbare beschikking is of als zodanig wordt beschouwd, is de Rechtbank als bestuursrechter onbevoegd van het beroep kennis te nemen (zie punten 5.4 tot en met 5.6 van deze conclusie) en moet een vordering worden ingesteld bij de burgerlijke rechter. Een adressaat van een besluit tot intrekking van een btw-nummer heeft derhalve, ondanks het gesloten systeem van rechtsmiddelen, te allen tijde een voorziening in rechte tot zijn beschikking waarin hij dat besluit aan de orde kan stellen. De bestuursrechter heeft dit in vereenvoudigde behandeling onderkend en belanghebbende in punt 2.7 op de onjuiste forumkeuze gewezen. [37]
Ablessio [39] het volgende:
Breitsohl [40] en
Polski Trawertyn [41] , niet alleen eenieder die reeds een economische activiteit uitoefent, maar ook eenieder die overweegt een economische activiteit uit te oefenen en hiertoe investeringsuitgaven doet als belastingplichtige wordt beschouwd, mag een lidstaat niet weigeren een btw-nummer toe te kennen aan een persoon, louter vanwege het feit dat hij nog niet over de materiële, technische en financiële middelen beschikt om de economische activiteit uit te oefenen. Immers, in de voorbereidingsfase zijn deze personen vaak nog niet in staat aan te tonen dat zij reeds over die middelen beschikken. [42]
Ablessioals volgt:
Rompelman [43] dat het een nationale belastingautoriteit is toegestaan om van een particulier die stelt dat hij belastingplichtig is te verlangen dat deze zijn stelling onderbouwd met objectieve gegevens. [44] Ik verwijs voorts naar het eerdergenoemde arrest
Polski Trawertyn, punt 37.
Ablessio:
Ablessiowanneer de weigering van een btw-nummer in het kader van fraudebestrijding verder gaat dan noodzakelijk: