ECLI:NL:HR:2011:BP1527
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling termijn teruggaaf dividendbelasting niet in strijd met gemeenschapsrecht
Belanghebbende, een in Schotland gevestigd pensioenfonds zonder rechtspersoonlijkheid, diende een verzoek in tot teruggaaf van in 2002 ingehouden Nederlandse dividendbelasting. Dit verzoek werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn van drie jaar.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, maar handhaafde de beschikking van de Inspecteur. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de driejarige termijn voor het indienen van een teruggaafverzoek niet in strijd is met het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel van het gemeenschapsrecht.
De Hoge Raad benadrukte dat belanghebbende zich niet met succes kan beroepen op het gemeenschapsrecht om een langere termijn te verkrijgen dan die voor Nederlandse belastingplichtigen geldt. Ook werd geoordeeld dat het nationale beleid dat voorziet in ambtshalve teruggaaf aan Nederlandse pensioenfondsen niet tot ontvankelijkheid van het verzoek van belanghebbende leidt.
Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en er werd geen veroordeling in de proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de driejarige termijn voor teruggaaf van dividendbelasting niet in strijd is met het gemeenschapsrecht.