Conclusie
1.De feiten
2.Het procesverloop
3.De bespreking van het cassatiemiddel
onder 2de klacht dat het hof heeft miskend dat sprake is “van een selectieve betaling aan een zeer bijzondere crediteur, te weten de persoon die (tevens) statutair directeur van de BV is”. Hieraan wordt toegevoegd dat ten tijde van de betalingen voor zowel [verweerder] in zijn hoedanigheid van schuldeiser als Nutriscience (met [verweerder] als statutair directeur) het faillissement met een redelijke mate van waarschijnlijkheid was te voorzien, zeker toen duidelijk werd dat op 21 november 2006 de opdrachten niet kwamen en een voorstel niet door de aandeelhouder van Nutriscience werd geaccepteerd en [verweerder] de ontvangen bedragen niet heeft teruggestort.
onder 6dat [verweerder] als directeur van Nutriscience in strijd heeft gehandeld met hetgeen in maatschappelijk verkeer betaamt door (enkel) terugbetalingen aan zichzelf te doen en daardoor de overige schuldeisers onbetaald te laten.
onder 7een klacht die voortbouwt op de daaraan voorafgaande klachten, en kan daarom evenmin tot cassatie leiden.