Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof bij de strafoplegging ten onrechte en onbegrijpelijk geen rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat een deel van de hennep betrekking had op de gedoogde inkoop voor een coffeeshop. Het
tweede middelklaagt dat het hof het verweer dat schending van het doorlaatverbod tot strafvermindering moet leiden ten onrechte en ondeugdelijk gemotiveerd heeft verworpen. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.