Conclusie
middelkomt op tegen ’s hofs verwerping van het ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde verweer dat sprake is van een onrechtmatige stelselmatige observatie van de verdachte, die zou moeten leiden tot strafvermindering.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Het verweer richtte zich op de stelling dat sprake was van een onrechtmatige stelselmatige observatie van de verdachte, wat zou moeten leiden tot strafvermindering.
Het hof oordeelde dat de observatie van verdachte slechts circa anderhalf uur duurde, vanaf het moment dat de Audi A4 het kamp binnenreed tot aan de aanhouding. Deze observatie was aanvankelijk gericht op medeverdachten en niet op verdachte zelf. Pas nadat bleek dat medeverdachten een koffer met inhoud in de auto van verdachte hadden geplaatst, werd de auto gevolgd.
De Hoge Raad stelt dat het oordeel van het hof niet onjuist is en voldoende is gemotiveerd. De korte duur van de observatie en het ontbreken van een volledig beeld van het leven van verdachte maken dat er geen sprake is van stelselmatige observatie zoals bedoeld in art. 126g Sv. Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van onrechtmatige stelselmatige observatie.