Conclusie
‘poging tot doodslag, meermalen gepleegd, handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd’en
‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd’tot een gevangenisstraf van tien jaren met aftrek als bedoel in art. 27 Sr Pro. Voorts heeft het hof beslist op de vordering van de benadeelde partij en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals nader in het arrest is vermeld.
eerste middelklaagt over een schending van de redelijke termijn.
tweede middelklaagt dat het hof heeft overwogen de ‘gezamenlijk verklaring’ van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] niet te gebruiken voor het bewijs, terwijl het hof die verklaring niettemin – in bewijsmiddel 4 – tot het bewijs heeft gebezigd.
derde middelklaagt dat het hof heeft verzuimd te reageren op een namens de verdachte gevoerd verweer, te weten dat hij geen opzet had op de dood van de in de bewezenverklaring genoemde personen, althans dat het hof dit verweer heeft verworpen op gronden die de verwerping niet kunnen dragen.