Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2017:583

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 april 2017
Publicatiedatum
4 april 2017
Zaaknummer
15/05622
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen moord en poging moord bij schietpartij woonwagenkamp Breda

Op 27 november 2015 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch verdachte veroordeeld voor medeplegen van moord op een 12-jarige jongen en medeplegen van poging tot moord op diens moeder bij een schietpartij op een woonwagenkamp te Breda.

Verdachte stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en verwierp het beroep van verdachte. Het arrest werd gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Buruma en Van Strien. Hiermee blijft de veroordeling voor medeplegen moord en poging moord onverminderd van kracht.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen moord en poging moord wordt bevestigd.

Uitspraak

4 april 2017
Strafkamer
nr. S 15/05622
LBS/SA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 november 2015, nummer 20/000872-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. het heden uitgesproken arrest van de Hoge Raad in de zaak 15/05621, ECLI:NL:HR:2017:581).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 april 2017.