Conclusie
middelricht zich met diverse motiveringsklachten en een rechtsklacht tegen de verwerping van verweren die zien op feit 1 en klaagt verder met betrekking tot dit feit dat hof verzuimd heeft te reageren op een drietal standpunten van de verdediging die volgens de steller van het middel als uitdrukkelijk onderbouwd hebben te gelden.
“Bewijsmiddelen
feit 1 en 2
feit 1
[B] and [A] Enter inot Letter of Intent for [B] to Acquire [A]’’ (D-03, doorgenummerde dossierpagina 94).
“Bespreking van de verweren
order. Deze looptijd wordt gekoppeld aan bepaalde condities. Als voldaan is aan door de belegger vastgelegde voorwaarden – bijvoorbeeld: tegen een koers van x euro een x aantal aandelen kopen of verkopen –, vindt de (ver)koop van de aandelen plaats. Bij GTD gaat het om een order die op een door de betrokkene aangegeven datum verloopt, terwijl bij GTC niet een willekeurige einddatum wordt bepaald maar de order voor een vastgestelde periode wordt aangegaan (bijvoorbeeld een half jaar of een jaar) en na expiratie automatisch vervalt. [2] In beide gevallen gaat het evenwel om een order die niet is beperkt tot één dag – zoals wel het geval is bij een
day order–, maar betreft het een order die een langere periode doorloopt. De verdediging heeft, als ik het goed zie, op de terechtzitting van het hof aangevoerd dat sprake was van een GTD order die de verdachte al op 27 november 2006 zou hebben verstrekt aan [C]. [3] Het hof heeft de stelling van de verdediging niet gevolgd en geoordeeld dat een order is verstrekt ná het verkrijgen van de voorwetenschap.
geannuleerdetransactie betreffende 4.500 aandelen op 30 november 2006. Dat zijn niet de kort na de annulering aan [C] doorgegeven vier aankooporders van in totaal (eveneens) 4500 aandelen, waar ook het hof op wijst. Een blik over de papieren muur leert dat de
geannuleerdetransactie inderdaad een limit GTC order betrof; de compliance officer [betrokkene 1] bevestigt blijkens het proces-verbaal van verhoor bij de raadsheer-commissaris van 10 september 2015 dat het om een GTC order ging en verklaart dat de desbetreffende opdracht door de verdachte op 29 november 2006 is verstrekt en op 30 november 2006 is geannuleerd. [6] De aangevallen bewijsoverweging heeft enkel betrekking op die
geannuleerdetransactie en op de voormelde verklaring van [betrokkene 1] en derhalve niet op de transacties die als bewijsmiddel zijn opgenomen. De betreffende klacht mist dan ook feitelijke grondslag.
client trading accountvan de verdachte. Op het onderzoek ter terechtzitting van 20 november 2012, waaraan het hof refereert, verklaart de verdachte onder meer het volgende: “Aan [C] heb ik doorgegeven hoeveel aandelen ik wilde kopen. Als ik inlog op mijn account, dan ga ik naar mijn tradingaccount en typ ik in welk aandeel ik wil kopen of verkopen en hoeveel aandelen dat moeten zijn. Vervolgens geef ik aan tegen welke prijs ik de aandelen wil kopen of verkopen en tot wanneer de order geldig is.” Het hof heeft deze verklaring geschakeld aan de transacties die op 30 november 2006 vanaf de [C] rekening van de verdachte zijn uitgevoerd. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en kan overigens, gelet op de selectie- en waarderingsvrijheid van de feitenrechter, in cassatie niet met vrucht worden bestreden. Ik teken daarbij nog aan dat uit de voor het bewijs gebruikte orderoverzichten blijkt dat op 30 november 2006 verschillende opdrachten zijn verstrekt tot de aanschaf van aandelen [A] (bewijsmiddel 3). Hieruit heeft het hof niet onbegrijpelijk kunnen afleiden dat het wilsbesluit van de verdachte is genomen nadat kennis is verkregen over de beursgevoelige informatie. Het oordeel van het hof is evenmin onbegrijpelijk in het licht van de omstandigheid dat op 29 november 2006 om 19:55 uur door de verdachte eerst een aankooporder van 4.500 aandelen is doorgegeven aan [C] en op 30 november 2006 om 9:02 uur is geannuleerd en vervolgens, direct daarna, de order in verschillende transacties weer in gang is gezet. Die omstandigheid toont in het geheel niet aan dat er geen directe relatie kan worden gelegd tussen de verdachte en de opdrachten die door [C] zijn doorgegeven, waarbij ik in aanmerking neem dat de geannuleerde order was verstrekt ná de kennisneming van de beursgevoelige informatie en de nieuwe order – anders dan de oorspronkelijke order – in delen was opgesplitst.
Inleiding Feit 1
Interpretatie van de wel aanwezige dossierstukken