Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
5 december 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam in een strafzaak over handel met voorwetenschap, zoals bedoeld in artikel 46 van Pro de Wet toezicht effectenverkeer 1995.
Namens verdachte heeft advocaat R.J. Baumgardt een middel van cassatie ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Volgens artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, en uitgesproken op 5 december 2017. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor handel met voorwetenschap.