Conclusie
1.Feiten en procesverloop
(a)een bedrag ad € 420.000,- [3] wegens door Corendon aan haar eigen klanten verstrekte kortingen en
(b)een klantenvergoeding ad € 471.961,-;
(a), III en IV ten grondslag gelegd dat Corendon het in art. 11 lid 1 van Pro de agentuurovereenkomst overeengekomen “level playing field” heeft geschonden door vrijwel dagelijks op haar eigen website kortingen aan te bieden aan haar eigen klanten, variërend van € 50,- tot € 100,-, die Prijsvrij heeft moeten ‘matchen’. De daardoor geleden schade bestaat in ieder geval uit € 420.000,- wegens op Corendon-reizen verleende extra kortingen; verdere schade is nog niet inzichtelijk.
(a) enII
(b)gevorderde bedragen ad € 420.000,- resp. € 471.961,- en het sub III en IV gevorderde op het punt van de aangeboden kortingen afgewezen.
grief IIIwordt opgekomen tegen de gegeven verklaring voor recht en
grief IVis gericht tegen de toewijzing van de gevorderde schadevergoeding ad € 420.000,- wegens aangeboden kortingen en tegen de toewijzing van de gevorderde klantenvergoeding ad € 471.961,-.
(a)en
(b)gevorderde bedragen ad € 420.000,- en € 471.961,- betreft. Het hof heeft, in zoverre opnieuw rechtdoende, Corendon veroordeeld tot vergoeding van de door Prijsvrij geleden en nog te lijden schade als gevolg van het op structurele wijze voeren van € 50,- acties, nader op te maken bij staat. De vordering tot schadevergoeding wegens de € 100,- kortingen en de vordering betreffende de klantenvergoeding zijn afgewezen.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onvoldoende heeft gesteld om te kunnen vaststellen dat aan de zijde van Corendon (nog) sprake is van (aanzienlijke) voordelen in de zin van art. 7:442 lid 1 sub a BW Pro. Met het oog op de leesbaarheid citeer ik ook de voorafgaande overwegingen van het hof (met door mij in rov. 3.42.2 aangebrachte nummering):
klantenvergoeding
voorwaardenvoor een recht op vergoeding wordt vermeld dat de transacties de principaal na de beëindiging van de overeenkomst “nog aanzienlijke voordelen” moeten opleveren en voorts:
T-Mobile/ [A] [20] heeft Uw Raad onder meer geoordeeld (a) dat de wettelijke regeling ook richtlijnconform moet worden uitgelegd met betrekking tot een agentuurovereenkomst die niet ziet op de aan- of verkoop van goederen (rov. 4.1) en (b) dat de wettelijke regeling inzake de agentuurovereenkomst moet worden uitgelegd overeenkomstig haar strekking de handelsagent te beschermen (rov. 4.3).
T-Mobile/ [A]dat deze in drie fasen verloopt:
T-Mobile/ [A]voorgeschreven driefasentoets ziet naar mijn mening (slechts) op de
berekeningvan (de hoogte van) de klantenvergoeding. [24] De
eerstefase daarvan biedt handvatten voor het kwantificeren van het voordeel van de principaal in twee stappen: a) als indicator – een gestandaardiseerd instrument voor de eerste raming van de voordelen van de principaal – geldt de betaalde brutoprovisie over de laatste twaalf maanden, waarna b) het gevonden bedrag wordt gecorrigeerd aan de hand van drie factoren: (i) de te verwachten duur van het voordeel, (ii) het verloop van het klantenbestand, en (iii) het gegeven dat de handelsagent versneld krijgt uitbetaald. [25] De
tweedeen
derdefase (billijkheidscorrectie resp. toepassing maximum) zijn eveneens bedoeld om op een passend bedrag uit te komen.
T-Mobile/ [A]geldt mijns inziens dat aan deze vaststelling c.q. berekening in drie fasen pas wordt toegekomen indien vaststaat dat de agent recht heeft op een klantenvergoeding. Voor de
verschuldigdheidvan een klantenvergoeding dient te zijn voldaan aan de cumulatieve vereisten uit art. 7:442 lid Pro 1, aanhef en sub a, BW dat:
ex antebij het einde van de agentuurovereenkomst. [30] Het object van die prognose is het voordeel van de principaal dat gelegen is in ‘de mogelijkheid om de door de handelsagent tot stand gebrachte klantenrelaties te kunnen blijven gebruiken zonder daarover provisie aan de handelsagent verschuldigd te zijn.’ [31] Er wordt in dit verband wel gesproken van een voordeel gelegen in door de principaal bespaarde provisie. [32] Daarbij legt het vereiste dat het voordeel ‘aanzienlijk’ moet zijn een significante drempel aan. [33] Een en ander brengt mee dat de handelsagent ter onderbouwing van zijn recht op een klantenvergoeding voldoende onderbouwd zal moeten stellen en zonodig aannemelijk maken [34] dat de principaal ook in de toekomst in staat zal zijn, zonder provisie verschuldigd te zijn, op ruime schaal gebruik te maken van de door de agent gelegde en/of geïntensiveerde klantenrelaties.
onvoldoende heeft gesteld om te kunnen vaststellen dat aan de zijde van Corendon nog sprake is van aanzienlijke voordelen in de zin van art. 7:442 lid Pro 1, sub a, BW, ten onrechte te hoge eisen heeft gesteld aan de ingevolge art. 7:442 BW Pro op Prijsvrij rustende stelplicht, althans zijn oordeel onvoldoende (begrijpelijk) heeft gemotiveerd. Het onderdeel wordt nader uitgewerkt in de subonderdelen 1.a tot en met 1.f.
T-Mobile/ [A]dat het in art. 7:442 lid Pro 1, aanhef en sub a, BW bedoelde voordeel van de principaal is gelegen in de
mogelijkheidvan voortgezet gebruik van de door de agent tot stand gebrachte klantrelaties en dat het voordeel
wordt vastgesteldop de laatste twaalf maanden verdiende provisie (rov. 6.2, hiervoor onder 2.10.4 geciteerd). Het subonderdeel neemt tot uitgangspunt dat uit deze overweging van Uw Raad volgt dat een handelsagent ter onderbouwing van een vordering tot betaling van een klantenvergoeding in beginsel ermee kan
volstaan te stellen(i) dat hij nieuwe klanten heeft aangebracht en/of bestaande klanten aanmerkelijk heeft uitgebreid en (ii) dat de overeenkomsten met deze klanten de principaal (nog) aanzienlijke voordelen
kunnenopleveren. Indien de agent aan deze stelplicht voldoet, zou hij in beginsel aanspraak hebben op een klantenvergoeding ter hoogte van de in de laatste twaalf maanden verdiende brutoprovisie, met dien verstande dat de omvang van deze vergoeding kan worden bijgesteld op grond van de in rov. 6.2 van het arrest vermelde correctiefactoren, de daarop volgends billijkheidcorrectie (art. 7:442 lid Pro 1, aanhef en sub b, BW) en de maximering (art. 7:442 lid 2 BW Pro). Het hof heeft echter ten onrechte de eis gesteld dat de handelsagent gegevens verschaft die inzicht geven in de mate waarin de mogelijke voordelen
daadwerkelijkzijn dan wel zullen worden behaald, aldus het subonderdeel onder verwijzing naar de slotzin van rov. 3.42.1.
kunnengenieten, en in het licht van het feit dat de
mogelijkheidvan (talrijke) herhaalboekingen tussen partijen in confesso is.
T-Mobile/ [A]. Ik verwijs daartoe naar rov. 3.40 van het thans bestreden arrest.
kunnenopleveren. Zoals hiervoor in het juridisch kader ter sprake kwam, dient de agent, voordat tot vaststelling van een klantenvergoeding overeenkomstig het driefasensysteem kan worden gekomen, te onderbouwen dat hij recht heeft op een klantenvergoeding. Daartoe dient hij onderbouwd te stellen en zonodig aannemelijk maken dat de principaal ook in de toekomst in staat zal zijn op ruime schaal gebruik te maken van de door de agent gelegde en/of geïntensiveerde klantenrelaties (vgl. hiervoor onder 2.15). Dat ook het hof deze maatstaf heeft aangelegd, volgt uit zijn onderzoek naar aanknopingspunten voor toekomstig duurzaam voordeel (rov. 3.43). In het onderhavige geval komt dit erop neer dat Prijsvrij moest onderbouwen dat Corendon in de toekomst een aanzienlijk aantal herhaalboekingen van door haar, Prijsvrij, bemiddelde reizigers tegemoet kon zien. Het oordeel van het hof dat Prijsvrij daarin niet is geslaagd, gegeven, kort gezegd, (i) de blijvende onduidelijkheid over de vraag in welke mate herhaalboekingen op de onderhavige reismarkt voorkomen (rov. 3.42.1), gevoegd bij (ii) de beperkte beschikbaarheid van NAW-gegevens voor Corendon (rov. 3.42.2), geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent de op Prijsvrij rustende stelplicht.
eerstefase van de bepaling van de klantenvergoeding als opgesomd in rov. 6.2 van het arrest
T-Mobile/ [A]. Het komt immers in rov. 3.43 tot de conclusie dat de
eerstefase tot bepaling van de klantenvergoeding niet leidt tot de vaststelling van enig bedrag waarop in de tweede fase (door het hof genoemd in rov. 3.39) correcties naar billijkheid plaatsvinden.
verschuldigdwas omdat aan de essentiële vereisten voor het ontstaan van het recht op een klantenvergoeding – met name de aanwezigheid van ‘aanzienlijk voordeel’ – niet was voldaan. [35] De daartoe door Corendon aangevoerde en door Prijsvrij bestreden stellingen (prijsgedreven markt, ontbreken klantgegevens) zijn door het hof in rov. 3.42.1 respectievelijk rov. 3.42.2 beoordeeld en hebben tot het oordeel geleid dat duurzaam voordeel niet aannemelijk is geworden. Het hof heeft deze beoordeling en dit oordeel kennelijk en ten onrechte binnen de eerste fase voor de bepaling van een klantenvergoeding gesitueerd (rov. 3.42, eerste volzin, en rov. 3.43). Het heeft echter
de factoen terecht antwoord gegeven – en wel in negatieve zin – op de door hem te beantwoorden voorvraag of aanspraak op een klantenvergoeding bestaat. Daarmee was de vordering reeds niet toewijsbaar.
geen gegevens heeft verschaft die inzicht geven in de mate waarin een reiziger voor een nieuwe reis opnieuw voor dezelfde touroperator zal kiezen, berust op een onjuiste maatstaf wat betreft de op Prijsvrij rustende stelplicht (verwezen wordt naar subonderdeel 1a).
(kunnen)kiezen voor Corendon.
andere factoreneen rol spelen bij de keuze van de klant “aannemelijk” acht, aldus steeds het subonderdeel.
kunnenkiezen – berusten op dezelfde rechtsopvatting omtrent de stelplicht van Prijsvrij als subonderdeel 1.a, falen zij eveneens.
uit eigen bewegingkunnen terugkeren bij Corendon. Ik meen dat de verwerping van die stelling besloten ligt in de voorafgaande rov. 3.42.1, dat Prijsvrij geen gegevens heeft verschaft of te verschaffen heeft aangeboden die inzicht geven in de mate waarin een reiziger voor een nieuwe reis opnieuw voor dezelfde touroperator zal kiezen. Uit dat oordeel van het hof volgt dat op basis van de verschafte onderbouwing niet aannemelijk is gemaakt dat klanten van Prijsvrij op grote schaal uit eigen beweging herhaalboekingen bij Corendon zullen doen.
inspanningenmogen worden verwacht om nieuwe overeenkomsten met aangebrachte klanten tot stand te brengen. Ik meen dat de klacht onvoldoende duidelijk maakt op wat voor inspanningen dit zou zien en wat voor effect daarvan te verwachten zou zijn, zodat zij niet aan de aan een cassatieklacht te stellen eisen voldoet en al om die reden faalt, nog daargelaten dat de strekking van het oordeel van het hof mijns inziens is, dat Corendon bij gebrek aan NAW-gegevens niet de nodige aanknopingspunten heeft om logische inspanningen te verrichten met betrekking tot de bedoelde klanten (zoals het gericht benaderen daarvan). De verwijzing, op de aangegeven vindplaatsen [42] , naar het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 2 juli 2013 maakt dat niet anders, nu daaruit blijkt dat de principaal in kwestie juist wel in de gelegenheid was geweest de klanten actief te benaderen (rov. 4.15).
vijfde volzinvan rov. 3.42.2 (onder verwijzing naar de eerste vier volzinnen) [43] dat Prijsvrij
dit een en ander niet heeft betwist(maar heeft aangevoerd dat Corendon haar ook niet om verstrekking van die gegevens heeft gevraagd), onbegrijpelijk is. Prijsvrij zou met stelling (x) wel degelijk hebben betwist dat “dit een en ander” in de weg zou staan aan een klantenvergoeding. Ik meen dat de klacht gebaseerd is op een onjuiste lezing van het arrest. Het hof doelde met “dit een en ander” kennelijk op de overwegingen dat Corendon – kort gezegd – geen aanspraak heeft op het klantenbestand en slechts beperkte gegevens tot haar beschikking heeft, niet op de vraag of de beschikbare gegevens wel of niet voordeel opleveren, etc. Daarover oordeelt het hof immers aan het einde van rov. 3.42.2, waar het tot de conclusie komt dat Prijsvrij onvoldoende concreet heeft gesteld dat de gegevens waarover Corendon wel beschikt voor haar een voordeel opleveren.
achtste) volzin van rov. 3.42.2 gelet op het voorgaande niet in stand kan blijven.
zesde en zevende volzinvan rov. 3.42.2) dat
gegevens die Corendon niet toekomen niet als verkregen voordeel kunnen worden beschouwd, ook niet als Prijsvrij thans alsnog de bereidheid heeft die gegevens aan Corendon te verstrekken.
ex antevan de aannemelijkheid van het door Corendon te verkrijgen voordeel. Dit oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk.
doorlopend 50 euro kortingsacties op de Corendon website niet doorgegeven wordt in de prijzen aan de retail (zoals Prijsvrij)". Daarop reageert Corendon aldus, per mail van dezelfde datum “
(...) de korting bij 50 euro acties [is] alleen van toepassing (...) voor zogenaamde select agenten. Prijsvrij heeft geen select agent status en ontvangt daarom ook geen extra korting.” Nu Prijsvrij niet op structurele acties in het voordeel van een groep andere agenten hoefde te rekenen heeft Corendon de kortingen van € 50,= ten onrechte niet aan Prijsvrij doorgegeven.