Verzoekster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland. Het verzoekschrift was ondertekend door een advocaat, maar deze was geen advocaat bij de Hoge Raad, wat een vereiste is volgens art. 426a lid 1 Rv.
De Hoge Raad heeft verzoekster erop gewezen dat het gebrek binnen twee weken hersteld kon worden door een advocaat bij de Hoge Raad het verzoekschrift te laten ondertekenen. Verzoekster heeft om uitstel gevraagd vanwege vakantieperiode, maar dit is geweigerd omdat vaste rechtspraak geen verlenging toestaat.
Binnen de gestelde termijn is het gebrek niet hersteld. Daarom is niet voldaan aan de formele vereisten en is verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep. De omstandigheid dat het lastig was een cassatieadvocaat te vinden, doet hieraan niet af.