Conclusie
middelklaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte [betrokkene 1] heeft bedreigd met zware mishandeling.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of de gedragingen en uitlatingen van verdachte jegens het slachtoffer voldoende waren om te spreken van bedreiging met zware mishandeling. Het hof had verdachte veroordeeld tot een taakstraf wegens bedreiging met zware mishandeling. De Hoge Raad herhaalt de criteria uit eerdere rechtspraak dat de bedreiging van dien aard moet zijn dat bij het slachtoffer in redelijkheid de vrees kan ontstaan voor zwaar lichamelijk letsel.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd is. Hoewel verdachte bedreigende woorden gebruikte en enige daadkracht toonde door duwen en trekken, was niet vastgesteld dat deze gedragingen wezen in de richting van daadwerkelijke mishandeling. De bedreiging was niet zodanig concreet en ernstig dat het slachtoffer in redelijkheid vrees kon krijgen voor zwaar letsel.
De Hoge Raad bespreekt diverse eerdere arresten waarin de grens tussen bedreiging met zware mishandeling en minder ernstige bedreigingen werd verduidelijkt. In dit geval is de bedreiging onvoldoende specifiek en ernstig om de veroordeling te dragen. Daarom wordt het arrest van het hof vernietigd en wordt de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de vrees voor zware mishandeling en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.