Conclusie
[verdachte]
Beoordeling
Parket bij de Hoge Raad
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte op 27 mei 2015 veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag en mishandeling van zijn echtgenote. Verdachte stelde in cassatie dat de verklaring van het slachtoffer, afgelegd zonder tolk en in het Engels, onbetrouwbaar was en dat een alternatief scenario aannemelijker was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat het slachtoffer voldoende Engels sprak en dat de verklaring als bewijs mocht dienen. Het hof had de verklaring van verdachte dat het slachtoffer zichzelf met een mes had verwond, verworpen omdat deze niet aannemelijk was binnen het objectief vastgestelde tijdsbestek en niet werd ondersteund door objectief bewijs.
De Hoge Raad bevestigde dat de rechter vrij is in de waardering van bewijs en dat het hof binnen zijn beoordelingsvrijheid was gebleven. De middelen van cassatie faalden en het beroep werd verworpen, waarmee de veroordeling in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot drie jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag en mishandeling.