ECLI:NL:PHR:2016:565
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest medeplegen poging tot diefstal met braak wegens onvoldoende motivering
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van poging tot diefstal met braak, nadat hij samen met een medeverdachte een auto had benaderd waarvan de ruit werd ingeslagen. De verdachte stond op de uitkijk en liep vervolgens samen met de medeverdachte weg.
Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van getuigen en proces-verbalen, waaronder een verklaring van een getuige die de verdachte en zijn medeverdachte observeerde tijdens het plegen van het delict. Het hof achtte bewezen dat er sprake was van nauwe en bewuste samenwerking.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het op de uitkijk staan, een gedraging die doorgaans medeplichtigheid inhoudt, als medeplegen kon worden aangemerkt. De Hoge Raad bevestigde dat voor medeplegen een nauwe en bewuste samenwerking vereist is en dat het hof dit onvoldoende had gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin soortgelijke gedragingen onvoldoende waren voor medeplegen. Het tweede middel over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vordering tot tenuitvoerlegging werd verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van medeplegen bij op de uitkijk staan.