Conclusie
omdat op het door mij ingevulde adres niemand werd aangetroffen”. Het adres waarvan deze akte melding maakt, is “
[plaats] [a-straat 1]”. Ik wijs erop dat dit adres eveneens staat vermeld op de appelakte. De tweede akte van uitreiking houdt tevens in dat op 19 maart 2014 de dagvaarding is uitgereikt aan de griffier van de rechtbank Amsterdam omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is.
Laatst opgegeven woon- of verblijfplaats” vermeld: “
Datum registratie 05-05-2013, Land Groot-Brittannië”. Hieruit kan worden opgemaakt dat de verdachte heeft laten registreren dat hij in Groot-Brittannië een woon- of verblijfplaats heeft.
een adres in het buitenland heeft opgegeven bij de gemeentelijke basisadministratie”.
Land Groot-Brittannië” echter niet opgenomen in de GBA noch in de BRP. Ik zou ermee kunnen volstaan dat het middel om die reden faalt, maar dan blijft onduidelijk wat de herkomst is van de registratie “
Groot-Brittannië”.
laatst opgegeven woon- of verblijfplaats” zijn vermeld, worden doorgaans geregistreerd door het Openbaar Ministerie op basis van informatie die bijvoorbeeld door de politie of de marechaussee is vastgelegd tijdens een contact met de verdachte in de ‘strafrechtketen’. Uit de stukken kan niet blijken op welk moment en aan wie de verdachte die informatie heeft verstrekt. De laatst opgegeven woon- of verblijfplaats kan dus niet worden aangemerkt als een GBA/BRP-adres. Verdere navraag heeft dit bevestigd. Kortom, de onderzoeksverplichting waarop de steller van het middel zich beroept, is niet – op deze grond – van toepassing.
ID-staat conform SKDB” gedateerd 11 februari 2013. Als “
laatst opgegeven woon- of verblijfplaats” is daar vermeld “
[a-straat 1] [plaats]”. Zoals gezegd is exact dit adres opgenomen in de appelakte d.d. 11 april 2013.
Persoon heeft nooit ingeschreven gestaan te Putten. Zowel naam, als geb. datum als adres leiden niet naar 1 persoon.” Deze informatie betekent m.i. dat het adres te Putten niet als GBA-adres kan worden aangemerkt.
huidig BRP-adres” van de verdachte “
[b-straat 1] [plaats] Polen” was geregistreerd. De ID-staat SKDB d.d. 19 maart 2014, die zich bij de stukken bevindt en die kennelijk is opgemaakt ten behoeve van de uitreiking van de appeldagvaarding, vermeldt: “
Huidig GBA-adres Niet beschikbaar”. In de ID-staat SKDB d.d. 5 augustus 2014 die is opgemaakt ten behoeve van de aanzegging als bedoeld in artikel 435, eerste lid, Sv is het adres in Polen daarentegen wel als “
Huidig GBA-adres” vermeld, zulks met als “
datum ingang 02-11-2011”. Hieruit volgt dat op enig moment in de tussentijd het adres in Polen met terugwerkende kracht moet zijn geregistreerd. Op basis van de stukken valt niet uit te sluiten dat dit reeds het geval was ten tijde van de terechtzitting van het hof in hoger beroep, maar dat doet voor de geldigheid van de appeldagvaarding niet ter zake.