ECLI:NL:PHR:2016:1291

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
15 november 2016
Publicatiedatum
20 december 2016
Zaaknummer
16/01976
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 552p Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen beschikking teruggave inbeslaggenomen auto

Klaagster heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank die haar klaagschrift tegen de inbeslagneming van een personenauto ongegrond verklaarde. De rechtbank had geoordeeld dat het belang van de strafvordering zich nog verzet tegen teruggave van de auto, mede omdat klaagster niet aannemelijk had gemaakt dat zij rechthebbende was.

Tegelijkertijd had de rechtbank op een eerdere datum verlof verleend aan de officier van justitie om de auto onder voorbehoud ter beschikking te stellen aan een Belgische onderzoeksrechter. Tegen deze beschikking was geen cassatieberoep ingesteld, waardoor deze onherroepelijk is geworden.

De Hoge Raad oordeelt dat vernietiging van de beschikking die het klaagschrift ongegrond verklaart geen verandering kan brengen in de onherroepelijkheid van het verlof tot inbeslagname. Hierdoor ontbreekt klaagster het belang bij het cassatieberoep en wordt zij niet-ontvankelijk verklaard. Het middel behoeft daarom geen behandeling.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.

Conclusie

Nr. 16/01976 B
Zitting: 15 november 2016
Mr. W.H. Vellinga
Conclusie inzake:
[klaagster]
Bij beschikking van 30 december 2015 heeft de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, het beklag, strekkende tot teruggave van een onder [betrokkene 2] inbeslaggenomen personenauto van het merk Volkswagen, type Touareg, voorzien van kenteken [AA-00-BB], met twee sleutels aan klaagster, ongegrond verklaard.
Namens de klaagster heeft mr. P.C. Saris, advocaat te Eindhoven, één middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelhoudt in dat zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk is op welke gronden klaagster niet aannemelijk heeft gemaakt dat de betreffende personenauto aan haar toebehoort.
De rechtbank heeft in de bestreden beschikking overwogen - voor zover van belang -:
“De rechtbank is van oordeel dat het belang van strafvordering zich op dit moment nog verzet tegen teruggave van de personenauto, nu het naar haar oordeel niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de rechtbank, later oordelend, ten aanzien van deze inbeslaggenomen personenauto verlof zal verlenen op grond van artikel 552P Sv. In het bijzonder is daarbij van belang dat klaagster met het door haar aangevoerde, niet aannemelijk heeft gemaakt dat de desbetreffende personenauto aan haar toebehoort. De auto was immers voorzien van Nederlandse kentekenplaten op naam gesteld van [A], stond bij [betrokkene 1] voor de woning en 2 autosleutels zaten bij het voertuig. De door de raadsman overgelegde stukken zijn van oudere datum en klaagster is niet verschenen in raadkamer om één en ander toe te lichten zodat er teveel twijfel is blijven bestaan of zij wel als rechthebbende kan worden aangemerkt. Derhalve zal de rechtbank het klaagschrift ongegrond verklaren.”
5. Bij beschikking van - eveneens - 26 januari 2016 heeft de rechtbank met betrekking tot onder meer de onderhavige personenauto van het merk Volkswagen, type Touareg, voorzien van kenteken [AA-00-BB], met twee sleutels aan de officier van justitie verlof verleend als bedoeld in art. 552p Sv om de auto - onder voorbehoud - ter beschikking te stellen aan een Belgische onderzoeksrechter. Tegen deze beschikking is geen beroep in cassatie ingesteld. Voorts zijn in de namens klaagster in de onderhavige zaak ingediende schriftuur naar aanleiding van haar afgewezen "Klaagschrift tegen inbeslagneming ex artikel 552a Sv" geen klachten geformuleerd die betrekking hebben op het in die beschikking gegeven verlof en de gronden waarop dat berust. Aldus moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat die beschikking onherroepelijk is geworden. Vernietiging van de onderhavige beschikking kan daarin geen verandering brengen. Dit betekent dat de klaagster geen belang meer heeft bij het beroep tegen de onderhavige beschikking van de rechtbank, zodat zij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard. [1]
6. Het middel kan derhalve buiten bespreking blijven.
7. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.HR 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:227, rov. 2.2.