ECLI:NL:HR:2016:2924

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2016
Publicatiedatum
20 december 2016
Zaaknummer
16/01976
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 552p Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen beschikking klaagschrift in beslaggenomen auto

Klaagster stelde cassatieberoep in tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant die haar klaagschrift op grond van art. 552a Sv ongegrond verklaarde. Het klaagschrift betrof de teruggave van een personenauto die in het kader van een Belgisch rechtshulpverzoek was inbeslaggenomen.

De rechtbank oordeelde dat het belang van de strafvordering zich tegen teruggave verzette, mede omdat klaagster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij rechthebbende van de auto was. Tevens verleende de rechtbank op grond van art. 552p Sv verlof om het inbeslaggenomen voertuig ter beschikking te stellen van de Belgische autoriteiten.

Omdat tegen deze beschikking geen cassatieberoep was ingesteld en klaagster in haar schriftuur geen klachten had geformuleerd over het verleende verlof, werd dit verlof als onherroepelijk beschouwd. Hierdoor had klaagster geen belang meer bij haar cassatieberoep tegen de beschikking op haar klaagschrift, en werd zij niet-ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad.

Uitkomst: Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens het onherroepelijk geworden verlof tot inbeslagname.

Uitspraak

20 december 2016
Strafkamer
nr. S 16/01976 B
SG/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 30 december 2015, nummer RK 15/2341, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster].

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft P.C. Saris, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd dat de klaagster niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1.1.
In het kader van de uitvoering van een Belgisch rechtshulpverzoek is op het adres [a-straat 1] te Eindhoven onder meer een personenauto met twee bijbehorende sleutels inbeslaggenomen. Naar aanleiding van een klaagschrift van klaagster heeft de Rechtbank op de voet van art. 552a, eerste lid, Sv bij beschikking van 30 december 2015 dat klaagschrift ongegrond verklaard. De Rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen:
"De rechtbank is van oordeel dat het belang van strafvordering zich op dit moment nog verzet tegen teruggave van de personenauto, nu het naar haar oordeel niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de rechtbank, later oordelend, ten aanzien van deze inbeslaggenomen personenauto verlof zal verlenen op grond van artikel 552P Sv. In het bijzonder is daarbij van belang dat klaagster met het door haar aangevoerde, niet aannemelijk heeft gemaakt dat de desbetreffende personenauto aan haar toebehoort. De auto was immers voorzien van Nederlandse kentekenplaten op naam gesteld van [A] , stond bij [betrokkene 1] voor de woning en 2 autosleutels zaten bij het voertuig. De door de raadsman overgelegde stukken zijn van oudere datum en klaagster is niet verschenen in raadkamer om één en ander toe te lichten zodat er teveel twijfel is blijven bestaan of zij wel als rechthebbende kan worden aangemerkt. Derhalve zal de rechtbank het klaagschrift ongegrond verklaren."
2.1.2.
Daarnaast heeft de Rechtbank op de voet van art. 552p, tweede lid, Sv bij beschikking van 26 januari 2016 in de strafzaak tegen onder anderen [betrokkene 1] verlof verleend om het inbeslaggenomene ter beschikking te stellen van de Belgische autoriteiten, onder het voorbehoud dat het inbeslaggenomene zal worden teruggezonden zodra daarvan het voor de strafvordering nodige gebruik is gemaakt.
2.2.
Tegen de beschikking van de Rechtbank waarbij het in art. 552p, tweede lid, Sv bedoelde verlof is verleend, hebben de in die beschikking vermelde partijen geen beroep in cassatie ingesteld, terwijl ook in de namens klaagster in de onderhavige zaak ingediende schriftuur naar aanleiding van haar ongegrond verklaarde klaagschrift geen klachten zijn geformuleerd die betrekking hebben op het in die beschikking gegeven verlof en de gronden waarop dat berust. In cassatie moet daarom ervan worden uitgegaan dat die op de voet van art. 552p Sv gegeven beschikking onherroepelijk is geworden. Vernietiging van de onderhavige op de voet van art. 552a Sv gegeven beschikking kan daarin geen verandering brengen.
2.3.
Dit betekent dat de klaagster geen belang meer heeft bij het beroep tegen de onderhavige beschikking van de Rechtbank, zodat zij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 december 2016.