Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van de cassatiemiddelen
klacht 3. De rechtsklacht houdt in dat de rechtbank, gelet op de modaliteiten die zij op blz. 2 en 3 van haar beschikking heeft genoemd, in strijd met het bepaalde in art. 14a lid 2, aanhef en onder b, in verbinding met art. 14d lid 1 Wet Bopz een ‘paraplumachtiging’ heeft verleend.
pro forma. Deze werd dan terstond of na zeer korte tijd gevolgd door een voorwaardelijk ontslag uit het ziekenhuis op de voet van art. 47 Wet Pro Bopz, waarbij de geneesheer-directeur de voorwaarden stelde. Als de patiënt zich niet aan de hem of haar gestelde voorwaarden hield, kon het voorwaardelijk ontslag door de geneesheer-directeur worden ingetrokken [2] . In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel tot invoering van de voorwaardelijke machtiging merkte de regering op dat het aanvragen van een rechterlijke machtiging uitsluitend met het doel voorwaarden aan de patiënt te kunnen stellen via een voorwaardelijk ontslag uit het ziekenhuis, niet strookt met de bedoeling van de nieuwe wettelijke regeling. De Hoge Raad heeft, dienovereenkomstig, op 11 november 2005 beslist dat sedert de invoering van de voorwaardelijke machtiging er geen plaats meer is voor een ‘paraplumachtiging’ [3] . Kort samengevat lag aan die beslissing ten grondslag dat de nieuwe wettelijke regeling van de voorwaardelijke machtiging betere waarborgen biedt voor de rechtsbescherming van de patiënt.
pro forma(administratief) ten uitvoer zal worden gelegd. Evenmin is gesteld of gebleken dat de te verlenen machtiging tot voortgezet verblijf meteen zal worden gevolgd door een voorwaardelijk ontslag uit het ziekenhuis waarbij de geneesheer-directeur (en niet de rechter) de voorwaarden stelt. In deze zaak is evenmin gesteld dat in de verstreken periode, toen de vorige machtiging gold, aan betrokkene voorwaardelijk ontslag uit het ziekenhuis is verleend. Integendeel, de vaststelling dat betrokkene (behalve op zaterdag) elke nacht in het psychiatrisch ziekenhuis verblijft, duidt op het continueren van een daadwerkelijke opname. De rechtsklacht mist daarom feitelijke grondslag. De subsidiaire motiveringsklacht faalt om dezelfde reden.
volledig(voltijds) verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis: een verblijf in deeltijd en variaties op een ‘passantensysteem’ zijn volgens de klacht onvoldoende om te kunnen spreken van ‘verblijf’. Bovendien is in de bestreden beschikking niets opgenomen over de afwezigheid van het gevaar in de
nietvoor de nachtrust bestemde uren. De gekozen aanpak strookt volgens de klacht niet met de wet, ook omdat de rechtbank niet heeft vastgesteld onder welke voorwaarden betrokkene buiten het ziekenhuis mag verblijven. Hierdoor kan niet worden getoetst of voldaan is aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit als bedoeld in art. 8 lid 1 EVRM Pro.
tijdelijkin de maatschappij te doen terugkeren, dan geeft de geneesheer-directeur – voor zover dit in het belang van de patiënt gewenst is - hem verlof om het ziekenhuis voor een daarbij aan te geven periode te verlaten (art. 45 Wet Pro Bopz). Aan een dergelijk verlof kan de geneesheer-directeur voorwaarden verbinden. Is het gevaar geweken, dan verleent de geneesheer-directeur ontslag uit het ziekenhuis, al dan niet voorwaardelijk. De omstandigheid dat de patiënt elke dag overdag en bovendien in het weekend de kliniek verlaat, neemt niet weg dat de rechtbank tot de slotsom kon komen dat hij onvrijwillig in het ziekenhuis was opgenomen en, van daaruit, toenemende bewegingsvrijheid geniet zonder dat er sprake is van een (tijdelijke) ‘terugkeer in de maatschappij’ [4] . Van verlening van verlof of ontslag uit het ziekenhuis, al dan niet voorwaardelijk, blijkt in dit geval niet. Hij geldt dus als voltijds in het ziekenhuis opgenomen. De vaststelling dat de stoornis van de geestvermogens betrokkene ook na het verstrijken van de lopende machtiging gevaar zal doen veroorzaken en dat dit gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten het ziekenhuis kan worden afgewend (zie art. 15, lid 2 onder a en onder b, Wet Bopz) is in cassatie niet bestreden.