Conclusie
Handdoek AAFT2041NL
eerste middelklaagt dat het hof art. 6 EVRM Pro heeft geschonden doordat het voor het bewijs heeft gebezigd de verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 6] en [medeverdachte 4] afgelegd als verdachte in hun eigen zaak ter terechtzitting in eerste aanleg (bewijsmiddelen 11 en 13), hoewel verdachte en/of zijn raadsman niet in de gelegenheid zijn geweest deze getuigen te ondervragen.
tweede middelklaagt dat het hof het verzoek tot het aanhouden van de behandeling van de zaak voor het verrichten van onderzoek door een wetenschappelijk deskundige naar de betrouwbaarheid en de geloofwaardigheid van de door aangeefster afgelegde verklaringen met betrekking tot de gestelde dwang en onvrijwilligheid heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen.
derde middelklaagt over ontoereikende motivering van de verwerping van het beroep op de onbetrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster.
vierde middelklaagt dat het hof het verweer dat de orale seks tussen verzoeker en [betrokkene 1] , gelet op de omstandigheden waarin dit heeft plaatsgevonden, niet in strijd kan worden geacht met de sociaal-ethische norm en dus vrijspraak van de ten laste gelegde ontucht moet volgen, heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen.