ECLI:NL:PHR:2015:844
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juridisch vaderschap naar Ghanees recht bij erkenning Nederlanderschap
Deze zaak betreft een verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap op grond van erkenning door een Nederlandse man, waarbij de vraag centraal stond of verzoeker op dat moment al een juridische vader had volgens Ghanees recht. De rechtbank wees het verzoek af omdat naar Ghanees recht reeds een juridische vader bestond, wat later door de Hoge Raad werd vernietigd wegens onvoldoende motivering.
Na verwijzing wees het hof Den Haag het verzoek opnieuw af, omdat niet was komen vast te staan dat verzoeker aan de voorwaarden voor rechtsgeldige erkenning voldeed. Het hof baseerde zich op bepalingen uit de Maintenance of Children Decree 1977 van Ghana en stelde dat aanwijzingen zoals vermelding van een vader op geboorteaktes en verklaringen van de moeder wezen op een juridische vader.
Verzoeker stelde dat het hof onjuiste maatstaven hanteerde en hem onterecht belastte met bewijs. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel begrijpelijk en voldoende had gemotiveerd, ook al waren sommige omstandigheden niet relevant volgens Ghanees recht. Het cassatieberoep werd verworpen en het oordeel van het hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel bevestigd dat verzoeker reeds een juridische vader had volgens Ghanees recht.