Conclusie
eerste middelvan cassatie dat door mr. J.H. Fellinger, advocaat te Amsterdam, namens de verdachte is voorgesteld, heeft betrekking op de omstandigheid dat van de behandeling van de zaak in eerste aanleg zich geen stukken meer in het dossier bevinden.
tweede middelwordt gesteld naar de deugdelijkheid van de beslissing van hof over de ontvankelijkheid van de verdachte in diens hoger beroep.
Tijdig hoger beroep ingesteld?
2000bij verstek wegens gekwalificeerde verduistering veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden waarvan een maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren terwijl tevens de vordering van de benadeelde partij is toegewezen voor een bedrag tot 15.774,48
Nederlandsche gulden(want in dat tijdperk speelde de zaak zich af) in combinatie met de schadevergoedingsmaatregel en dat te vervangen door 110 dagen hechtenis. Tegen deze veroordeling heeft verdachte op 22 mei
2013hoger beroep ingesteld. Uit de stukken heb ik niet kunnen opmaken waarom de verdachte juist toen hoger beroep heeft ingesteld; betekeningsstukken of andere gegevens waaruit zou kunnen blijken wanneer verdachte op de hoogte is gekomen van de veroordeling heb ik niet aangetroffen.
Was de zaak op 22 mei 2013 verjaard?
tweede middelmet de klacht dat het hof ten onrechte de verdachte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep omdat zijn raadsman zich had gesteld maar niet van de terechtzitting op de hoogte is gebracht.
Verdachte ten onrechte niet ontvankelijk verklaard in hoger beroep?
de verdachtemet de inhoud van het arrest op de hoogte is gekomen [7] , mag worden aangenomen dat het beroep in cassatie op 15 april 2014 tijdig is ingesteld. [8]
Is de Wet stroomlijnen hoger beroep van toepassing op onderhavige zaak?
de verdachtebekend is, zoals dat is omschreven in artikel 408 lid 2 Sv Pro. Dat was dus in ieder geval ergens in 2008 en mogelijk nog eerder. Op de hierboven genoemde registratiekaart staat namelijk dat het vonnis sinds 21 november 2007 onherroepelijk is. Op basis van het dossier kan ik niet beoordelen waarom het vonnis toen onherroepelijk zou zijn geworden maar dat punt kan blijven liggen omdat dit niet doorslaggevend is. De verdachte heeft te laat hoger beroep ingesteld en om die reden had het hof de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep moeten verklaren.