Conclusie
eerste middelklaagt dat het Hof “ten onrechte heeft geoordeeld dat de aan verdachte verweten gedraging, welke gedraging door het hof is gekwalificeerd als handelen in effecten zonder daartoe over de vereiste vergunning te beschikken zoals bedoeld in art. 7 lid 1 Wte Pro, aangemerkt dient te worden als handel in effecten.”
c, beroeps- of bedrijfsmatig werkzaam is bij de totstandkoming van transacties in effecten;
c, beroeps- of bedrijfsmatig werkzaam is bij de totstandkoming van rente-, valuta- of aandelenswaps of soortgelijke overeenkomsten;
12.Het eerste middelfaalt.
tweede middelhoudt in dat het Hof ten onrechte niet heeft gerespondeerd op een strafmaatverweer.