Conclusie
feitelijke specificatie(het feit is immers blijkens de aangifte in de nacht gepleegd) en niet zozeer is beoogd om de strafverzwarende omstandigheid van art. 311, eerste lid sub 3, Sr ten laste te leggen en bewezen te verklaren. Daarvoor had immers in de tenlastelegging moeten worden opgenomen dat de dief zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende in die woning bevindt. [6] En, hoewel niet doorslaggevend, de steller van de tenlastelegging heeft niet naar sub 3 verwezen.