Conclusie
eerste middelklaagt dat het Hof het onder 1 gebezigde bewijsmiddel heeft gedenatureerd. Het
tweede middelbehelst de klacht dat met betrekking tot de bewezenverklaarde feiten 1 subsidiair, 2 en 3 het ‘tezamen en in vereniging met een ander of anderen plegen’ c.q. het ‘medeplegen’ niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid, althans dat de bewezenverklaringen op dat onderdeel niet voldoende (begrijpelijk) zijn gemotiveerd, dan wel dat het (kennelijke) oordeel van het Hof omtrent het ‘medeplegen’ van een onjuiste rechtsopvatting getuigt. De middelen lenen zich voor gezamenlijk bespreking.
“- ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde -
ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde-
ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde-