Conclusie
eerste middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, klaagt over het oordeel van het Hof dat met betrekking tot het geconstateerde vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv kan worden volstaan met de constatering daarvan, terwijl aan dat vormverzuim het rechtsgevolg van bewijsuitsluiting had moeten worden verbonden. De door de verdediging gewenste contra-expertise aan de aangetroffen en inbeslaggenomen helm betreffende de beantwoording van de vraag of deze helm dezelfde is als die welke te zien is op de beelden van de overval, is immers door vernietiging van deze helm niet meer mogelijk, aldus de steller van het middel.
“De helm
“Bespreking van de verweren
tweede middelbehelst de klacht dat het Hof heeft verzuimd de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het door de verdediging uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat het proces-verbaal van herkenning van de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] niet voor het bewijs mag worden gebezigd.
“Het pv van herkenning (d.d. 28 maart 2011, p. 32 ev)
derde middelklaagt over het oordeel van het Hof dat met betrekking tot de overschrijding van de redelijke termijn tijdens de behandeling in hoger beroep kan worden volstaan met de enkele constatering daarvan.
Oplegging van de straf
vierde middelklaagt dat ook de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden. Namens verzoeker is op 10 juni 2013 beroep in cassatie [5] ingesteld. De stukken zijn blijkens een op die stukken geplaatste stempel bij de griffie van de Hoge Raad binnengekomen op 4 april 2014. Dat brengt mee dat de hier geldende inzendtermijn van zes maanden is overschreden, en wel met bijna vier maanden. Voortvarende behandeling, dat wil zeggen afdoening van de zaak binnen veertien maanden na het instellen van het cassatieberoep, behoort niet meer tot de mogelijkheden. Ook de redelijke termijn waarbinnen uitspraak zou moeten volgen na het instellen van cassatie zonder dat de inzendtermijn zou zijn overschreden (te weten zestien maanden nu verzoeker zich ten tijde van de aanzegging nog in voorlopige hechtenis bevond) kan niet meer worden gehaald.