Conclusie
middel, in samenhang bezien met de toelichting daarop, klaagt in de kern genomen dat de Rechtbank bij haar beslissing een onjuiste maatstaf heeft toegepast.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak gaat het om het cassatieberoep tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland van 3 februari 2015, waarin het beklag van twee bemiddelingsbedrijven tegen het voortduren van beslag op drie voertuigen werd afgewezen. De voertuigen waren in beslag genomen in het kader van een groot witwasonderzoek. De klaagsters stelden eigenaar te zijn van de voertuigen en verzochten om teruggave, omdat het beslag hun bedrijfsvoering belemmert.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave, omdat het onderzoek nog in volle gang is en er aanwijzingen zijn dat de voertuigen worden gebruikt om witwassen te verhullen. De rechtbank paste daarbij de maatstaf van artikel 94 Sv Pro toe, terwijl het beslag waarschijnlijk conservatoir was gelegd op grond van artikel 94a Sv.
De Hoge Raad constateert dat de rechtbank niet expliciet heeft onderzocht op welke wettelijke grondslag het beslag is gelegd en daardoor een onjuiste maatstaf heeft toegepast. Ook is de motivering van de beslissing gebrekkig. De conclusie van de Procureur-Generaal is dat de beschikking vernietigd moet worden en dat de Hoge Raad een passende beslissing zal nemen over verwijzing of terugwijzing.
De zaak benadrukt het belang van een correcte juridische beoordeling van de beslaggrondslag en een duidelijke motivering door de beklagrechter, vooral bij conservatoir beslag in strafrechtelijke onderzoeken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank wegens onjuiste maatstaf en gebrekkige motivering inzake het voortduren van beslag op voertuigen in een witwasonderzoek.