Conclusie
middelwordt erover geklaagd dat het hof op onjuiste gronden, dan wel onvoldoende gemotiveerd het beroep op de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie heeft verworpen.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak staat centraal of het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moet worden wegens het ne bis in idem-beginsel en het una via-beginsel, omdat verdachte eerst een bestuursrechtelijke waarschuwingsbrief ontving en daarna strafrechtelijk werd vervolgd.
De raadsman van verdachte stelde dat de waarschuwingsbrief een bestuursrechtelijke sanctie vormt, waardoor strafvervolging een dubbele bestraffing zou zijn. De Hoge Raad bespreekt de Engel-criteria van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens om te bepalen of sprake is van een 'criminal charge'. Omdat voorafgaand aan de strafvervolging geen boete is opgelegd of aangekondigd, kwalificeert de waarschuwingsbrief niet als een punitieve sanctie.
Het hof had geoordeeld dat de waarschuwingsbrief slechts een aankondiging van mogelijke bestuursrechtelijke stappen is en niet punitief van aard. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk of onjuist. De waarschuwing was bedoeld als prikkel om gedrag bij te stellen en niet als straf. Het beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wordt daarom verworpen.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat het middel faalt en dat het beroep wordt verworpen. Er zijn geen gronden voor vernietiging van het bestreden arrest.
Uitkomst: Het beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wordt verworpen omdat de waarschuwingsbrief geen punitieve sanctie vormt.