Conclusie
Het middel
Bespreking van verweren gevoerd ter terechtzitting in hoger beroep
Parket bij de Hoge Raad
Op 16 april 2014 reed verdachte op een snorfiets op het fietspad van de Haarlemmerweg te Amsterdam. Hij passeerde daarbij meerdere fietsers rakelings en met hoge snelheid, wat volgens het hof gevaar op de weg kon veroorzaken en het verkeer kon hinderen. Het Gerechtshof Amsterdam veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke geldboete van €250,- en verbeurde zijn scooter.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze veroordeling, stellende dat het hof ten onrechte de tenlastelegging had uitgelegd en onvoldoende had gemotiveerd dat zijn gedrag gevaar of hinder veroorzaakte. Hij voerde aan dat het smalle fietspad het rakelings passeren onvermijdelijk maakt en dat hij niet harder dan toegestaan reed.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven over het begrip gevaar veroorzaken in artikel 5 WVW Pro 1994. Het hof had terecht geoordeeld dat het rakelings passeren van veel fietsers met hoge snelheid een concrete kans op gevaar oplevert, ook al was niet vastgesteld dat verdachte harder reed dan toegestaan. Het cassatieberoep werd verworpen.
De uitspraak bevestigt dat het begrip gevaar in artikel 5 WVW Pro 1994 ook ziet op een reële kans op een ongeval en dat het rakelings passeren van fietsers op een snorfiets op een druk fietspad onder omstandigheden als gevaarlijk kan worden aangemerkt. De zaak biedt tevens een nadere toelichting op de interpretatie van de termen "wordt" en "kan worden" in de wet.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor het veroorzaken van gevaar op de weg door rakelings passeren van fietsers op een snorfiets.