Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
anderestoornis aanwezig moet zijn. Een verslaving is slechts relevant wanneer deze gepaard gaat met dermate ernstige psychische stoornissen – dat wil zeggen: feitelijk aanwezige verstoringen van het “denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen” − dat betrokkene geen stuur over zijn gedragingen heeft. Het is, anders gezegd, niet noodzakelijk om een afzonderlijke tweede ziekte te diagnosticeren; een allesoverheersende verslaving waarvan de consequenties op het psychisch functioneren van betrokkene evident aanwezig zijn, kan op zichzelf reden zijn voor dwangopneming (mits uiteraard ook het gevaar daarvoor ernstig genoeg is), aldus Dijkers [6] .