Conclusie
eerste middelwordt geklaagd over (de motivering van) de bewezenverklaring van feit 1 voor zover deze inhoudt dat verdachte heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf als bedoeld in art. 11, derde lid, Opiumwet.
AANGIFTE
- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en
- de grote hoeveelheid hennepplanten die in beslag zijn genomen;
- de omstandigheid verdachte blijkens het hem betreffende Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 28 mei 2013 reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van overtreding van de Opiumwet.”
tweede middelwordt geklaagd over de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. Het cassatieberoep is ingesteld op 29 juli 2013 en de stukken van het geding zijn pas op 6 mei 2015 door de Hoge Raad ontvangen.