Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
3.Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
4.Verkorte afdoening
onderdeel avertolkte klacht tegen rov. 4 faalt aanstonds. Wat er ook zij van ’s Hofs maatstaf, deze is strenger en daarmee voor de werknemer gunstiger dan de in appel niet bestreden maatstaf van de Kantonrechter. Immers oordeelt het Hof dat er “bepaald goede redenen voor een dergelijke maatregel [moeten] zijn wil deze kunnen standhouden.” Bovendien moet de maatregel proportioneel zijn, in die zin dat met een minder verstrekkende maatregel niet kon worden volstaan.
nietbestreden, geoordeeld:
geen enkel misverstandvatbaar was - niet op de alternate landen zonder eerst VLM daarover te hebben gesproken. Ook het verzoek, enige tijd later, van Operations Control ANR om niet op de luchthaven Antwerpen te landen en de daarna door Operations Control ANR gegeven aanwijzing om te landen op de luchthaven Charles de Gaulle - als de (op dat moment) beste optie - werden door [eiser] genegeerd. Uiteindelijk is hij op de luchthaven Antwerpen geland. Aldus was hij wel erg ver afgeweken van de opdracht die hij van VLM had gekregen.
zodanigwas geschonden dat het
onverantwoordwas om hem als gezagvoerder te handhaven. Dat is evident geen marginale toetsing. Uit het arrest in zijn geheel gelezen, kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat ook het Hof die mening zelf was toegedaan. Een andere conclusie dan waartoe het Hof is gekomen, was m.i. onbegrijpelijk geweest, uitgaande van de door het Hof bijgebrachte feiten en omstandigheden.
onderdeel 2wordt meegetrokken in de val van onderdeel 1.