Conclusie
tweede middelklaagt dat de afwijzing door het hof van het verzoek om gedragskundig onderzoek te laten verrichten niet zonder meer begrijpelijk is en/of onvoldoende is gemotiveerd.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdediging verzocht om benoeming van een gedragsdeskundige voor nader onderzoek naar de geestestoestand van verdachte ten tijde van het gepleegde feit, gegrond op ernstige aanwijzingen van psychiatrische stoornissen en langdurige opname in psychiatrische instellingen.
Het hof Arnhem-Leeuwarden wees dit verzoek af met het oordeel dat het beschikbare dossier voldoende informatie bood om de strafoplegging te kunnen beoordelen, en dat een gedragskundig onderzoek niet noodzakelijk was. De verdediging betoogde dat dit oordeel ontoereikend was gemotiveerd, gezien de complexe psychiatrische voorgeschiedenis van verdachte, waaronder meerdere opnames in het Regionaal Psychiatrisch Centrum te Woerden en het Penitentiair Psychiatrisch Centrum te Vught.
De Procureur-Generaal concludeerde dat het hof de juiste maatstaf hanteerde maar onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het gedragskundig onderzoek niet noodzakelijk werd geacht, gelet op de aard van de psychiatrische problematiek en de omstandigheden rond het delict. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling, waarbij het verzoek tot gedragskundig onderzoek opnieuw moet worden gewogen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het verzoek tot gedragskundig onderzoek.