Conclusie
eerste middelvalt uiteen in een aantal motiveringsklachten en deelklachten. Betwist wordt in de eerste plaats dat uit de bewijsconstructie kan worden afgeleid dat sprake is van opzet. De tweede klacht is dat de bewijsconstructie van het Hof de alternatieve lezing van de verdediging, te weten dat sprake is van een “ongeluk”, niet uitsluit. Een derde klacht is dat de in de schriftuur vermelde redengevende feiten en omstandigheden niet kunnen worden afgeleid uit de bewijsconstructie. Het
tweede middelkomt op tegen het bewezenverklaarde medeplegen. Het
derde middelvan verzoeker klaagt over de verwerping door het Hof van het beroep op noodweer(exces). Het
vierde middelkeert zich tegen de opgelegde straf.
Bewijsoverzicht
derde middelbetreft, ten aanzien van het beroep op noodweer en noodweerexces heeft het Hof het volgende overwogen:
“Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
vierde middelklaagt dat het Hof bij het aanhalen van de justitiële documentatie heeft gelet op eerdere veroordelingen die ten tijde van het begaan van het onderhavige delict nog niet onherroepelijk waren, zowel wat betreft de opgelegde straf voor de doodslag als voor het bepalen van de feiten die naar het oordeel van het Hof niet meer aan de orde waren (hierna verder: de ‘andere feiten’). Voorts zou de strafmotivering voor de ‘andere feiten’ niet voldoen aan het bepaalde in art. 359, vijfde en zesde lid, Sv. Ten slotte wordt geklaagd dat het Hof ten onrechte toepassing heeft gegeven aan art. 423, vierde lid, Sv.