Conclusie
eerste middelklaagt over het oordeel van het hof dat het in de woning van de betrokkene aangetroffen geldbedrag en het op een bankrekening gestorte geldbedrag moeten worden meegenomen bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, omdat het hof ervan uit gaat dat de betrokkene dat geld door middel van de verkoop van drugs heeft verkregen.
tweede middelricht zich met een motiveringsklacht tegen het oordeel om een bedrag van € 30.000 niet in mindering te brengen op de “posten” die tezamen het wederrechtelijk verkregen voordeel vormen.