Conclusie
“A.
B.
Nadere overwegingen omtrent het bewijs
Parket bij de Hoge Raad
Verzoekster werd door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld wegens het telen van 97 hennepplanten en diefstal van elektriciteit door middel van verbreking, met een taakstraf van 60 uur. De bewezenverklaring steunde op proces-verbaal van politie en fraude-inspecteur, die illegale stroomafname en manipulatie van de elektriciteitsmeter vaststelden.
In hoger beroep erkende verzoekster de hennepteelt en nam zij aan dat er sprake was van diefstal van elektriciteit, hoewel zij verklaarde dat anderen de kwekerij hadden opgebouwd. Het hof achtte haar als pleger verantwoordelijk, mede gelet op haar kennis van de meterkast en de illegale bedrading.
Het cassatiemiddel klaagde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat verzoekster de verbreking van de elektriciteitsmeter zelf had verricht. De Hoge Raad oordeelde dat, ook als verzoekster niet zelf de verbreking had verricht, zij als pleger van de hennepteelt de feitelijke heerschappij over de elektriciteit had en op de hoogte was van de illegale stroomafname.
De Hoge Raad verwierp het middel en bevestigde het arrest. Tevens werd opgemerkt dat verzoekster geen belang had bij cassatie omdat de straf niet onredelijk was en de kwalificatie van medeplegen niet ten laste was gelegd, wat een strafverzwarende omstandigheid zou zijn geweest.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verzoekster voor hennepteelt en diefstal van elektriciteit door verbreking.