Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
15 september 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 oktober 2013. Het cassatieberoep is ingediend door de advocaat mr. E.E.W.J. Maessen uit Maastricht. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat het middel niet leidt tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd. De uitspraak is gedaan door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, samen met de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, tijdens een openbare terechtzitting op 15 september 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd.