Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof niet, althans onvoldoende begrijpelijk, heeft gerespondeerd op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, inhoudende dat de verklaring van de getuige [getuige] onvoldoende betrouwbaar is om tot het bewijs te bezigen.
tweede middelklaagt over de bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. Uit de toelichting volgt dat het middel in het bijzonder de klacht behelst dat het
opzetop het in vereniging telen en aanwezig hebben van de bewezen verklaarde hennepplanten niet, althans onvoldoende, uit de gebezigde bewijsconstructie kan worden afgeleid.
BewijsoverwegingenTer terechtzitting in hoger beroep van 24 september 2012 heeft de raadsvrouw - kort gezegd - aangevoerd dat niet is vast te stellen vanaf welk moment de stekkerij operationeel was en vanaf wanneer de verdachte daarmee in verband is te brengen, en voorts dat er geen sprake is van medeplegen van de drie ten laste gelegde feiten.
derde middelhoudt in dat het bewezen verklaarde medeplegen van de diefstal van elektriciteit niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
Diefstal elektriciteitDoor de fraudespecialist van het Energiebedrijf Eneco werd geconstateerd dat de stroom voor de kwekerij op illegale wijze werd verkregen.”
Leveringadres: [a-straat] te Zevenhuizen
Energieleverancier: Eneco
Datum sleuteloverdracht: 1 april 2007.
Incident: Diefstal energie na verbreking van verzegeling
vierde middelklaagt over schending van de redelijke termijn in de cassatiefase. Op 19 oktober 2012 is beroep in cassatie ingesteld. De stukken zijn op 24 juli 2013 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Dat betekent dat de inzendingstermijn is overschreden. Het middel is dan ook op zichzelf terecht voorgesteld. Nu het eerste middel slaagt, kan het vierde middel echter buiten bespreking blijven. Het tijdsverloop kan immers bij de nieuwe behandeling van de zaak door het hof aan de orde worden gesteld.