Conclusie
eerste middelwordt geklaagd dat het hof niet heeft gereageerd op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat sprake was van een noodweersituatie wegens een dreigende aanval van aangever, althans dat het hof de beslissing dat geen sprake was van een noodweersituatie onbegrijpelijk en/of ontoereikend heeft gemotiveerd.
dreigendeaanval of aanranding. De enige verwijzing naar een dreigende aanval is vermeld onder het kopje dat ziet op de subsidiariteit van verdachtes gestelde verdediging, en houdt in dat “gelet op de aanval, dan wel dreigende aanval van aangever” redelijkerwijs niet van verdachte gevergd kon worden te vluchten. Een en ander kan mijns inziens niet worden aangemerkt als een duidelijk, door argumenten geschraagd standpunt dat is voorzien van een ondubbelzinnige conclusie, inhoudend dat (ook) vanwege de
dreigendeaanval van aangever sprake was een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding en dus van een noodweersituatie. Reeds gelet daarop faalt het middel.
tweede middelbevat de klacht dat het hof het beroep op putatief noodweer op onbegrijpelijke en/of ontoereikende gronden heeft verworpen.