De zaak betreft een moord gepleegd op 21 maart 2010 te Groningen, waarbij de verdachte zijn ex-vrouw met 25 messteken op het balkon heeft gedood. Het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde verdachte tot 18 jaar gevangenisstraf wegens moord met voorbedachte raad. De verdachte stelde cassatie in tegen de motivering van de bewezenverklaring van voorbedachte raad.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie omtrent voorbedachte raad en stelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat verdachte daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om na te denken over de gevolgen van zijn daad. Hoewel het hof aannam dat verdachte tussen het lopen naar het balkon en het steken voldoende tijd had om zich te beraden, is niet duidelijk of verdachte deze gelegenheid ook daadwerkelijk heeft benut.
De Hoge Raad oordeelt dat de enkele mogelijkheid tot nadenken niet volstaat en dat het oordeel van het hof ontoereikend is gemotiveerd. Het middel slaagt en het arrest wordt vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar het hof of een ander hof voor een nieuwe berechting. De overige middelen behoeven geen bespreking.