Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel IIklaagt samengevat dat de beslissing in strijd is met het beginsel van hoor en wederhoor en met art. 8 lid 9 Wet Pro Bopz, omdat uit de bestreden beschikking niet blijkt dat betrokkene naar behoren in de gelegenheid is gesteld, zich over de nagezonden stukken uit te laten.
‘fair hearing’in art. 6 lid 1 EVRM Pro. Uit HR 19 december 1997 [10] :
‘fair hearing’, met inbegrip van de
equality of arms. Steun voor deze uitleg is te vinden in het wetsvoorstel Wet verplichte ggz. In het oorspronkelijke wetsvoorstel was als art. 2:7 de Pro volgende bepaling opgenomen: “Bij de voorbereiding, de uitvoering, de wijziging en de beëindiging van verplichte zorg wordt betrokkene in een voor hem begrijpelijke taal geïnformeerd”. Het voorgestelde artikel 5:13, betreffende de hoorzitting bij de Commissie verplichte ggz, hield in dat indien de betrokkene de Nederlandse taal niet beheerst, hij recht heeft op bijstand van een beëdigde tolk. De kosten van de tolk zouden voor rekening van de Commissie verplichte ggz komen [22] . De Raad van State wees in zijn advies, onder meer, op de
U.N. Principles for the protection of persons with mental illness and the improvement of mental health care [23] .