Conclusie
middelklaagt dat het hof onvoldoende gerespondeerd heeft op het door de raadsvrouw van de verdachte gevoerde verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van de vondst van 13 bolletjes cocaïne (feit 2) in een etui dat zich in de onderbroek van verdachte bevond en dat door de verbalisant uit die onderbroek is gehaald door zijn hand in die onderbroek te steken.
aanhouding (p. 6-7 dossier, AG)
(…)
Verdachte
Achternaam: [achternaam verdachte]
(…)
Naam: [achternaam verdachte] (man)
inhet lichaam wordt door de wetgever beschouwd (zie art. 56 lid 2 Sv Pro) het uitwendig schouwen (dus buitenaf bekijken) van de openingen en holten van het onderlichaam, röntgenonderzoek en echografie en het inwendig manueel (met de hand/vingers of een voorwerp) onderzoek van de openingen en holten van het gehele lichaam. Als onderzoek
aanhet lichaam blijft dus over het onderzoek aan de oppervlakte van het hele lichaam en het uitwendig schouwen van de openingen en holten van het bovenlichaam. [7]
inhet lichaam, maar van een onderzoek
aanhet lichaam, in een geval waarbij een verdachte zich in het kader van art. 9 lid 2 Opiumwet Pro geheel had ontkleed, waarop zichtbaar werd dat een condoom uit haar vagina hing en zij deze op verzoek verwijderde en uit eigener beweging aan de verbalisant gaf. [8] Ook als onderzoek aan het lichaam werd beschouwd een geval waarbij een verdachte zich geheel had ontkleed, verbalisanten zagen dat hij in zijn bilspleet toiletpapier had zitten dat, de verdachte op verzoek verwijderde. Er bleek een plastic zakje met op cocaïne gelijkende stof in te zitten. Het hof oordeelde dat dit een onderzoek aan het lichaam was, en een hierop gericht middel werd door de Hoge Raad op de voet van art. 81 RO Pro verworpen. [9]
inhet lichaam aangemerkt. Dan dient onderhavige handelwijze, waarbij het niet gaat om bekijken maar om het betasten naar mijn mening in ieder geval te worden aangemerkt als onderzoek
aanhet lichaam.