ECLI:NL:PHR:2014:440
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling
Het cassatieberoep betreft de beslissing van het gerechtshof Amsterdam om de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling, zoals uitgesproken door de rechtbank, te bekrachtigen. Het hof oordeelde dat verzoekster toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de regeling.
Het cassatieverzoekschrift was aanvankelijk niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, maar dit werd binnen de gestelde termijn hersteld. Desondanks voldoen de in het verzoekschrift aangevoerde middelen niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv. De motiveringsklachten zijn onvoldoende concreet en de vindplaatsen van de stellingen ontbreken, waardoor het beroep niet ontvankelijk is.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad volgt deze conclusie, waarmee het beroep wordt afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende gemotiveerde middelen en procedurele gebreken.