Conclusie
middelklaagt over de hoogte van de opgelegde straf en de motivering ervan.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft de tenuitvoerlegging van een strafvonnis van het Landgericht te München tegen een veroordeelde wegens handel en invoer van verdovende middelen in niet geringe hoeveelheden. De rechtbank Midden-Nederland verleende exequatur en legde een gevangenisstraf van zes jaren op, waarbij zij de ernst van het feit beoordeelde naar Duitse normen.
De Hoge Raad stelt dat de rechtbank onjuist heeft gehandeld door de ernst van het feit te beoordelen naar de normen van het land waar het feit is begaan. Volgens vaste jurisprudentie moet de exequaturrechter de buitenlandse straf omzetten naar een straf die naar Nederlandse maatstaven en opvattingen past, rekening houdend met de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van de dader.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling waarbij de straf naar Nederlandse maatstaven moet worden vastgesteld. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging aangetroffen. De zaak wordt dus opnieuw behandeld met inachtneming van de juiste toetsingskaders.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling van de straf naar Nederlandse maatstaven.