ECLI:NL:PHR:2014:2894
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij doodslag door vrachtwagenrijder
Op 8 april 2011 reed de verdachte met een vrachtwagen naar het transportbedrijf van het slachtoffer in Barendrecht, waar een discussie ontstond. Na het gesprek reed verdachte weg, terwijl het slachtoffer zich voor de vrachtwagen begaf en aan de voorkant van het voertuig hing. De verdachte gaf herhaaldelijk gas en remde, waarna het slachtoffer viel en onder de vrachtwagen terechtkwam, waarna verdachte over hem heen reed.
Het hof oordeelde dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zou overlijden door zijn handelen en dat hij deze kans heeft aanvaard, waarmee sprake is van voorwaardelijk opzet op doodslag. De verklaring van verdachte dat hij dacht dat het slachtoffer in de berm stond, werd niet aannemelijk geacht.
De Hoge Raad bevestigt deze uitleg van voorwaardelijk opzet, waarbij niet alleen wetenschap van de aanmerkelijke kans vereist is, maar ook het bewust aanvaarden daarvan. Het oordeel van het hof is niet onbegrijpelijk en faalt niet in rechtsopvatting. Het beroep in cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet had en veroordeelt hem tot acht jaar gevangenisstraf voor doodslag.